Masterthesis
Binnen de mastertrack Science Communication & Society kan je er voor kiezen om een masterthesis te schrijven (5 EC). Het moet gaan over een onderwerp dat te maken heeft met wetenschapscommunicatie. Je kunt zelf een idee opperen, maar het precieze onderwerp kies je in overleg met een van de SCS-docenten.
De masterthesis bestaat uit een literatuuronderzoek. Over het gekozen onderwerp bedenk je een concrete vraag die je wil beantwoorden. Vervolgens ga je op zoek naar relevante wetenschappelijke en vakliteratuur die je helpt bij het beantwoorden van die vraag. Over je vraag en relevante literatuur kan je uiteraard overleggen met een van de SCS-docenten.
- Het verslag
Je masterthesis werk je uit in een verslag waarin je rapporteert over je literatuuronderzoek. Dit verslag werk je uit volgens deze opbouw:
• Titelblad (titel verslag, naam, studentnummer, e-mailadres, datum, opleiding)
• Inhoudsopgave
• Inleiding: je introduceert je onderwerp, beargumenteert de relevantie en werpt een centrale vraag op
• Methode: uitleg over hoe je het hebt aangepakt
• Bevindingen: bespreking van de literatuur die je hebt bestudeerd
• Conclusies en discussie: beantwoording van je centrale vraag en aanbevelingen of suggesties voor verder onderzoek
- Onderwerpen
Voorbeelden van (mogelijke) onderwerpen voor een masterthesis zijn:
• Zin en onzin in de wetenschappelijke en populair-wetenschappelijke pers over de invloed van milieugevaarlijke stoffen op de geslachtsverhouding (‘sex ratio’).
• Zin en onzin in de wetenschappelijke en populair-wetenschappelijke pers over het klimaat.
• Zin en onzin in de wetenschappelijke en populair-wetenschappelijke pers over genomics.
• De toenemende rol van beeld in de wetenschapsjournalistiek.
• Is visuele communicatie over wetenschap in de landelijke dagbladen al geëmancipeerd en geaccepteerd?
• De relatie tussen tekst en beeld in het weerbericht.
• (Hoe) houdt men in de visuele (wetenschaps)communicatie al dan niet rekening met kleurenblinden?
• Overeenkomsten en verschillen tussen wetenschapsjournalistiek (bijv. de wetenschapskaternen van Volkskrant en NRC) en wetenschapscommunicatie (bijv. de gezondheidskaternen van AD en Telegraaf).
• Is wetenschaps- en/of gezondheidscommunicatie voor laaggeletterden/ groepen met een lagere sociaal-economische status noodzakelijk, en zo ja, hoe kan deze het best worden uitgevoerd?
• Hoe kan (wetenschaps)communicatie een attitudeverandering bewerkstellen, bijvoorbeeld op het gebied van milieu?
• Hoe kan wetenschaps- en gezondheidscommunicatie een attitude- en gedragsverandering bewerkstellen bij groepen met een lagere sociaal-economische status, met een betere gezondheid als gevolg?
• Wat is de rol van natuur- en milieu-educatie/communicatie bij attitudeverandering t.a.v. natuur en milieu?
• Wat is de toenemende rol van ‘interactives’ in musea en wetenschapscentra en wat is hun nut?
• Overeenkomsten en verschillen tussen grote natuurmusea (bijv. Naturalis) en hun kleine broers (bijv. Natuurhistorisch Museum Rotterdam, Natuurmuseum Maastricht).
• Geschiedenis van wetenschaps- en/of natuurmusea in Nederland en/of elders.


